Vertrek. Aankomst. Om aan te komen moet je vertrekken. Om te
vertrekken heb je een tijdstip en vervoer nodig. Zeker als je naar Breda wil.
Zoveel wist hij nog wel. Een tijdstip had hij, twee uur. Dat
was de aankomsttijd, niet de vertrektijd. Aangezien hij op tijd wilde komen,
had hij de auto de avond ervoor nog geprobeerd: dood.
Overleden. Helaas.
Nu moest hij op zoek naar een andere manier om te reizen.
Met de trein kon niet, vanwege de conditie waarin hij verkeerde. Geen enkel
openbaar vervoer was mogelijk.
Weer Breda, maar niet waar ik zo lang gedwongen heb
doorgebracht. Nu te oud voor hetzelfde gebouw, waarschijnlijk een enkeltje
Kloosterlaan. En ik hou niet van enkeltjes. Wel van enkels. Dat was mijn
handtekening geweest. Niet meer aan denken. Dat soort dingen doe ik niet meer.
Ben nu uitbehandeld. Oftewel de zes jaar zat er op. Niet meer aan denken.
Hij ging naar bed, het was te koud om nu al te vertrekken.
De volgende dag zou hij kijken of hij zijn oude brommer aan de praat kon
krijgen. Om zes uur ging de wekker en al na tien minuten stond hij onder de
douche. Zorgvuldig zijn gezicht buiten de straal houdend. Een keer per week was
voldoende. Die pijn, die afschuwelijke pijn van water op zijn kapotte huid en
daarna de handdoek, hoe zacht ook. De tranen sprongen hem in de ogen bij de
gedachte. Straks zou niet de gedachte alleen daarvoor zorgen, maar de helm op
zijn hoofd. Die volle zes uur lang en daarna? Daarna nog het masker.
Doe ik hier wel goed aan? Kan ik niet beter anoniem via het
Net blijven communiceren. Nee, deze SOLSOM wil ik er bij zijn. Te lang al geen
nieuwe mensen leren kennen. Ik heb mijn medicatie altijd trouw in genomen. Die
ene neiging heb ik niet meer. Het is veilig. Het is goed. Het is nodig.
Na een verse accu, batterij genoemd in oude kringen, in zijn
brommer te hebben gestopt, vertrok hij richting Breda. Door zijn getinte vizier
zag hij niet veel; belangrijker was dat hij niet gezien werd. Het enige
probleem was tanken, maar de vele onbemande pompen vonden het niet vervelend als
hij met zijn helm op kwam betalen.
Na een te lange rit rijd ik de straat in waar ik wil zijn. Ik
haal de verregende routebeschrijving uit mijn jaszak. Het is laat. Later dan
twee uur. Het is alweer donker. Net zo donker als toen ik vertrok. Het lijkt
stil in de woning, te stil. De deur staat op een kier. Ik klop op de deur. Dat
maakt dat de deur naar binnen open draait. Ik zie de enkel en ik weet het al.
Die enkel in de grote donkere poel. Die enkel die vast zit aan, aan niets.
Dat is wat me opviel. De stilte die hier heerst is een
stilte die ik ken, herken. Ik wil vertrekken. De eerste blauwe lampjes komen
dichterbij. Te laat. Geen aankomst zonder vertrek.
Het verhaal intrigeerd op een bepaalde manier: wie is die persoon die pijnen moet doorstaan? hoe ziet die persoon eruit? hoe komt het dat die persoon zo is geworden?
BeantwoordenVerwijderenJe hebt terecht de wedstrijd gewonnen! beetje laat maar gefeliciteerd!
groetjes!
Glenn