donderdag 30 juli 2009

To move or not to move?

Verhuizen, ja. Verhuizen, nee. Beide gedachten en gevoelens komen bij me op. Ja, want we gaan naar een nieuwe stad. Nee, want we gaan naar een nieuwe stad. Ja, want we gaan een nieuwe stad ontdekken. Ja, want we gaan naar de (betrekkelijke) rust van Brabant. Nee, want mijn (tijdelijke) werkplek is dan twee uur enkele reis van mij vandaan. Ja, want we gaan naar een strak en al bijna af huis. Ja, want dan hebben we een garage waar de motor in kan staan. Nee, want mijn zoontje woont dan wel heel ver van zijn vriendjes vandaan. Ja, want we willen dit avontuur samen aan gaan. Nee, want we wonen dan opeens heel ver van de ene opa en oma af. Ja, want we wonen dan heel dicht bij de andere opa en oma. Nee, want mijn vrouw moet dan (uiteindelijk) haar fijne werkplek verlaten en op zoek naar een nieuwe. Nee, want een hypotheek aanvragen is als een Zweeds proefwerk maken zonder voorbereiding: je blijft afhankelijk van anderen of je het haalt. Nee, want een hypotheek is voor niemand zo belangrijk als voor jou. Dit is een kleine selectie van afwegingen waar wij voor hebben gestaan en staan. Als ik met dezelfde frequentie blijf bloggen, dan wordt de volgende blog in het nieuwe huis geschreven.

zaterdag 14 februari 2009

Schakelen

De laatste tijd krijg ik regelmatig te horen dat ik makkelijk kan schakelen. In eerste instantie vroeg ik me af hoe de commentatoren dat konden weten. Zo vaak zit er niet iemand naast me in de auto en al helemaal niet achter op de motor. Laat staan als het drie graden boven of onder nul is. Na een niet-begrijpend hoofd opgezet te hebben, kreeg ik de uitleg. Ik kan makkelijk van de ene situatie op de andere inspelen. Nog niet helemaal overtuigd, want hoe kan iemand in mijn hoofd kijken? (Help, ze kunnen in mijn hoofd kijken!!) Maar nee, het commentaar bleek gestoeld te zijn op mijn gedrag. Meer waarneembaar dan hetgeen zich in mijn hoofd afspeelt. Als werknemer bij een middelgroot uitzend- en detacheringsbureau (als deze blog klaar is zijn ze wellicht alweer een groot bureau, zo snel gaat de ontwikkeling) mag dat ook wel van me verwacht worden, vond ik zelf. Hmm, klinkt best perfectionistisch. Anyway. Na ruim een half jaar op de ene afdeling gewerkt te hebben, mocht ik nu op een andere afdeling in dezelfde instelling werken. Hoe leerzaam, hoe leuk. (Echt niet ironisch bedoeld, heb er heerlijk gewerkt) En daar gebeurde het. Ik kreeg het compliment/feedback/commentaar/observatie dat ik snel kon schakelen. Waar ik me op de eerste afdeling meer ondersteunend en volgend op moest/kon stellen, was dit niet het geval op de tweede afdeling. Op de tweede afdeling merkte ik dat ik meer de ruimte kreeg en moest innemen om me sturend op te stellen. Navigerend/uitleggend. Dat me dit makkelijk af ging, vond ik niet meer dan normaal (kernkwaliteit?) maar voor de collega's met wie ik mocht werken was dit meer dan normaal. Door deze gedeelde observaties, gedeeld onder de collega's en met mij, ben ik me er meer van bewust dat ik zo langzamerhand heb leren schakelen (toch aangeleerd gedrag?) Of is het zo dat ik mijn werkervaring nu goed kan inzetten? Om een lang verhaal nog iets langer te maken had ik deze eigenschap gisteren en eergisteren erg nodig. Op donderdag krijg ik een telefoontje van dat middelgrote bureau. Of ik de volgende dag, gisteren dus, snapt u het nog? een training wilde geven. Een training over het geven en ontvangen van feedback. Enthousiast als ik ben of in ieder geval kan zijn, zei ik meteen ja. Het zou gaan om een groep van 15 leerkrachten en een groepje van 4 trainers. Dit durfde ik nog wel. Deze schakeling ging nog vrij soepel. Die avond mocht ik de gegevens voor de training in mijn postvak verwachten. So far so good. De volgende ochtend toog ik heel vroeg naar de afgesproken locatie. Daar aangekomen, iets later dan ik had gepland want verkeerd gereden, zag ik de andere drie trainers. Onder het genot van een kopje koffie kreeg ik de laatste informatie. We zouden in vier groepjes uiteen gaan en ieder, u leest het goed, ieder een groep van ongeveer 15 mensen gaan trainen. Gevolg: natte oksels, herinneren om door te ademen, met redelijk vaste hand een slok van de nogal warme koffie nemen en daarna knikken dat dat prima was. Kijk, als dat schakelen is, dan denk ik dat ik van mezelf kan zeggen dat ik kan schakelen. De training ging goed, ze hebben niet geweten dat ik de dag ervoor om die tijd nog geen idee had dat ik deze training zou geven. Ik kan schakelen. Nu thuis nog.

zaterdag 7 februari 2009

Geen aankomst zonder vertrek.

Vertrek. Aankomst. Om aan te komen moet je vertrekken. Om te vertrekken heb je een tijdstip en vervoer nodig. Zeker als je naar Breda wil.
Zoveel wist hij nog wel. Een tijdstip had hij, twee uur. Dat was de aankomsttijd, niet de vertrektijd. Aangezien hij op tijd wilde komen, had hij de auto de avond ervoor nog geprobeerd: dood.
Overleden. Helaas.
Nu moest hij op zoek naar een andere manier om te reizen. Met de trein kon niet, vanwege de conditie waarin hij verkeerde. Geen enkel openbaar vervoer was mogelijk.
Weer Breda, maar niet waar ik zo lang gedwongen heb doorgebracht. Nu te oud voor hetzelfde gebouw, waarschijnlijk een enkeltje Kloosterlaan. En ik hou niet van enkeltjes. Wel van enkels. Dat was mijn handtekening geweest. Niet meer aan denken. Dat soort dingen doe ik niet meer. Ben nu uitbehandeld. Oftewel de zes jaar zat er op. Niet meer aan denken.
Hij ging naar bed, het was te koud om nu al te vertrekken. De volgende dag zou hij kijken of hij zijn oude brommer aan de praat kon krijgen. Om zes uur ging de wekker en al na tien minuten stond hij onder de douche. Zorgvuldig zijn gezicht buiten de straal houdend. Een keer per week was voldoende. Die pijn, die afschuwelijke pijn van water op zijn kapotte huid en daarna de handdoek, hoe zacht ook. De tranen sprongen hem in de ogen bij de gedachte. Straks zou niet de gedachte alleen daarvoor zorgen, maar de helm op zijn hoofd. Die volle zes uur lang en daarna? Daarna nog het masker.
Doe ik hier wel goed aan? Kan ik niet beter anoniem via het Net blijven communiceren. Nee, deze SOLSOM wil ik er bij zijn. Te lang al geen nieuwe mensen leren kennen. Ik heb mijn medicatie altijd trouw in genomen. Die ene neiging heb ik niet meer. Het is veilig. Het is goed. Het is nodig.
Na een verse accu, batterij genoemd in oude kringen, in zijn brommer te hebben gestopt, vertrok hij richting Breda. Door zijn getinte vizier zag hij niet veel; belangrijker was dat hij niet gezien werd. Het enige probleem was tanken, maar de vele onbemande pompen vonden het niet vervelend als hij met zijn helm op kwam betalen.
Na een te lange rit rijd ik de straat in waar ik wil zijn. Ik haal de verregende routebeschrijving uit mijn jaszak. Het is laat. Later dan twee uur. Het is alweer donker. Net zo donker als toen ik vertrok. Het lijkt stil in de woning, te stil. De deur staat op een kier. Ik klop op de deur. Dat maakt dat de deur naar binnen open draait. Ik zie de enkel en ik weet het al. Die enkel in de grote donkere poel. Die enkel die vast zit aan, aan niets.
Dat is wat me opviel. De stilte die hier heerst is een stilte die ik ken, herken. Ik wil vertrekken. De eerste blauwe lampjes komen dichterbij. Te laat. Geen aankomst zonder vertrek.